Posts Tagged ‘320 keer links-af…’

Streek- Met enige regelmaat publiceert Gerrie Hulsing boeken over de wielersport. “De sport ligt me na aan het hart. Ik heb wat sportbiografieën geschreven, maar ik zoek ook altijd naar leuke items waarover ik kan schrijven. Het 40-jarig bestaan van de Ronde van Oostzaan is zo’n onderwerp.” Hulsing was er al een behoorlijk tijd mee bezig, in de veronderstelling dat het Komité Wielerronde Oostzaan in 2011 al 40 jaar bestond. “Via via was het Martin Vonk (voorzitter stichting KWO) ter oren gekomen dat een fanatiekeling met een kroniek bezig was. Hij legde meteen de link met het jubileum. Natuurlijk een erg mooie samenloop van omstandigheden. Ik kan natuurlijk voor zo’n boek geen mooier platform krijgen dan een jubilerend comité!” En ja de Ronde van Oostzaan is me ook wel een rondje, zegt Hulsing. “Het is zwaar. Echt een rondje dat op zichzelf staat.” In Noord-Holland is er niet meteen een vergelijking. “Je moet van goeie huizen komen om hem te winnen. Eigenlijk kan je het ook zien aan de uitslag. Wat de regio betreft zijn het in het algemeen goeie renners die de ronde wonnen. Zoals Gerard Windhouwer die voordat hij hem op zijn palmares bijschreef er toch drie keer heel dicht bij zat!” In de tijd dat Gerrie bij DTS fietste waren er minder mogelijkheden dan tegenwoordig. “Als ik een tube aan bagger reed kon ik drie weken niet fietsen. Dan moest ik eerst geld bij mekaar ritselen om een nieuwe te kopen. De mannen nu nemen gewoon een voorraadje mee. Machtig mooi voor die mannen hoor. Er is door die voorzieningen ook veel meer drive om door te gaan. De fietsen van tegenwoordig zijn ook niet meer te vergelijken met die waar wij op reden.“

Wielerkroniek
‘320 Keer Links-af…’ geeft een fantastisch overzicht van de Ronde van Oostzaan, je mag wel zeggen een echte wielerkroniek. Elke jaar is beschreven met de uitslagen erbij. Het geheel voorzien van foto’s waarbij meteen de vraag ontstaat hoe hij die op de kop heeft getikt. “Ik heb zelf een behoorlijk archief, wel gericht op DTS, niet specifiek op de Ronde van Oostzaan. Toon Brugman, bestuurslid geweest bij het comité, spaarde nogal en had nog wel het een en ander liggen. Pa Vonk – noem ik hem maar – knipt alles wat Oostzaan betreft uit . Ik werd aangeraden eens met hem contact op te nemen. Van een aantal jaren had ik de uitslagen niet, maar die diepte hij zo uit zijn knipselarchief. Een jaar konden we niet vinden, zelfs bij het hoofdbureau van de KNWU hadden ze het niet. Peter Visser vond het uiteindelijk bij het archief van de krant.” Zo is de kroniek over de Ronde van Oostzaan helemaal compleet. Bijna was het in 1984 afgelopen, het werd te duur. Hulsing heeft het prachtig beschreven hoe bij ‘de laatste ronde’ Jan de Nijs werd gehuldigd (Oostzaner en NK en WK achter grote motoren), maar ook hoe wethouder Jan Vonk na afloop aankondigde dat hij een toekomst zag voor de ronde. In 1985 was er weer een editie.

Fanatiekeling
Hulsing is helemaal verzot op het wielrennen, langs het parcours wordt hij wel een fanatiekeling genoemd. “Ja dat klopt wel”, zegt hij met een brede grijns. “Ik was 13 toen ik me bij DTS meldde als aspirantje. Ik heb vreselijk mijn best gedaan. Het is alleen niet zo uit de verf gekomen. In mijn tijd was het lastig, vooral als je uit een groot gezin kwam. Ik reed hooguit in de Wijdewormer en wat regionale koersen. Dan had ik ook nog dubbele pech, want mijn vader was a-sport. Ik heb het uitgezongen tot in mijn nieuwelingentijd, maar toen heb ik wel de pijp aan Maarten gegeven. Net lang genoeg om te weten waarover je het hebt.” Want volgens Gerrie Hulsing praat god en iedereen over wielrennen, maar het aantal mensen dat er echt verstand van heeft, dat zijn er wel wat minder. “Dan hoor je mensen op televisie, de zogenaamde vaklui, praten over wielrennen, maar ze hebben nimmer op de fiets gezeten, of het moet zijn om even boodschappen te gaan doen in de stad. Je kunt aan hun praten horen dat ze er de ballen verstand van hebben. Nou zal ik niet zeggen dat ik de wijsheid in pacht heb, maar ik ben wel zo ijdel om te denken dat ik er net iets meer van weet.” In elk geval heeft hij lang genoeg op de fiets gezeten om in het wereldje van het wielrennen een goed gesprek te voeren.
Het boek ‘320 Keer Links-af…’ wordt u warm aanbevolen. Smullen voor de liefhebber! Bestellen kan via www.opdenvinken.nl.

…Waarom zullen we de vorige wielergeneraties vergeten….
Laat ze deel uit maken van een museum, waar nabestaanden met gepaste trots kunnen toezien hoe hun naasten deel uit blijven maken van de Zaanse wielersportgeschiedenis.

Zaans Wielersport Museum
Gerard Hulsing ziet met lede ogen hoe stukjes wielerhistorie verdwijnen, letterlijk soms de vuilnisbak in. De Zaanstreek heeft een rijke wielerhistorie, die niet alleen beschreven moet worden, maar ook getoond. “Ik ben in 2007 begonnen met het beschrijven van de Zaanse wielersporthistorie. Je praat dan voor 98% over DTS. Voor die kroniek bezoek ik de ouderen wielrenners, of vaak ook de nabestaanden ervan voor informatie. De kroniek bestaat in grote lijnen uit mini-biografieën met fotootjes van vroeger. Tijdens die verhalen hoor ik vaak dat zaken zijn weggegooid. Dan bloedt mijn hart. Het zijn allemaal stukjes geschiedenis. Ik kan me wel voorstellen dat je daar als eenling misschien niets mee hebt, maar het komt natuurlijk nooit meer terug. Toen heb ik de knuppel in het hoenderhok gegooid en ben gestart met de ontwikkeling van het Zaans Wielersport Museum.” Het idee om zo’n museum in de Zaanstreek op te richten blijkt aan te slaan. Niet alleen Gerrie Hulsing is er enthousiast over. “Ik heb een gesprek gehad met sportwethouder Jeroen Olthof. Die staat niet negatief tegenover de plannen. Ik heb een duidelijk plan gemaakt, zonder al te veel toeters en bellen, waaruit precies blijkt wat we nodig hebben en wat het gaat kosten. Belangrijkst is het conserveren van de wielerhistorie en een locatie waar mensen dat allemaal kunnen gaan bekijken.” Geen museum zonder collectie. “Precies, je moet natuurlijk wel een collectie hebben. Nou daar ben ik nu druk mee bezig en het begint vorm te krijgen.” Wat heet, in het magazijn van zijn groothandel heeft Hulsing inmiddels al zo’n 23 zeer bijzondere fietsen opgeslagen en dat niet alleen. Hulsing: “Er staat bijvoorbeeld een oude derny. Ik heb al zo’n 80 wielertruien in de collectie, bijvoorbeeld de Regenboogtrui van Jan de Nijs. Maar het moet natuurlijk wel een museale functie krijgen in een echt museum. Je moet als bezoeker wel even zoet zijn om alles te kunnen bekijken. En dat niet alleen, er moet ook een goed documentatiecentrum bij zitten.” Hulsing noemt meteen een voorbeeld van iets dat bij uitstek in zo’n centrum thuis hoort. “Vorig jaar is microfonist Toon Lagterop overleden. Die maakte sfeer, een bonte figuur. Het huidige bestuur van het wielerkomité is natuurlijk een andere generatie. Via een documentatiecentrum kan je die geschiedenis helemaal terughalen.”

Culturele waarde
Niet alleen de historie is voor het museum van belang, ook de culturele waarde, stelt Hulsing. “Ik heb een fiets in de collectie die stamt uit de jaren dat DTS begon. De wielersport pakte in de Zaanstreek helemaal niet. In het zuiden en het buitenland werden al grote klassiekers gereden. De Tour de France bestond al. Maar in de Zaanstreek gebeurde nog niet veel. Ze waren hier zo calvinistisch als de pieten en vonden al die korte broekjes en blote beentjes maar griezelig. Bij DTS zijn ze toen eerst begonnen met toertochten, dat waren vaardigheidsritten. Daar konden ook vrouwen aan meedoen en het leek niet op een wedstrijd. Al zat er wel een wedstrijdelement in. Ze moesten een bepaalde afstand in een zo secuur mogelijke tijd afleggen. Deelnemers hadden vaak een fiets waarmee ze naar hun werk gingen. In het weekeinde fietsten ze die wedstrijden ermee. Zo’n fiets, met een dubbelfunctie dus, heb ik in de collectie. Dat is zomaar een stukje geschiedenis. Dat moet je bewaren!”
Al die bijzonder museumstukken krijgt Gerrie Hulsing van oud-renners, of van mensen die op de een of andere manier bij het wielrennen betrokken zijn. Zo heeft hij een PIJHO-fiets, die werden destijds in Zaandam gemaakt door Piet Hoogland op de Stationstraat. “Hij was fietsenmaker en had drie zoons bij DTS. Dus hij ging zelf een raceframe bouwen voor zijn zoons. Andere renners vonden dat leuk en zo is dat merk fietsen eigenlijk ontstaan.” Met enige regelmaat struint Hulsing ook Marktplaats en veilingen af naar nieuwe artefacten voor het wielermuseum.
Het is geen individuele actie van Gerrie Hulsing. Het plan om een Zaans Wieler Sport Museum op te richten is in de vorm van een stichting gegoten. Een comité van aanbevelingen met de oud profs Gert Jan Theunisse, Piet de Wit, Cees Stam, Jaap Oudkerk, Harm Ottenbros en musicus/wielerfanaat Tonny Eyk roepen u op om steun te verlenen in welke vorm dan ook aan de totstandkoming van het Zaans Wielersport Museum.

Meer informatie
Kijk voor meer informatie op website Zaans Wielersport Museum

Foto’s (c) Dré Prijs



Laatste Nieuws
Nieuwscategorieën
Archief