Oostzaner Martijn Veenhoven (16) fietst zondagmiddag mee in de categorie Nieuwelingen van de Ronde van Oostzaan. Hij komt terug van een stevige blessure die hij bij een valpartij opliep, is nog niet helemaal fit, maar heeft ongelooflijk veel zin om op het voor hem bekende parcours te gaan vlammen. Vorig jaar deed Martijn ook mee en werd toen twaalfde. Nu een jaartje verder heeft hij veel meer ervaring opgedaan in diverse koersen.

De jeugdige DTS-er startte met wielrennen toen hij 11 jaar was. Hij had ooit een keer de toertocht van de Ronde van Noord-Holland gefietst. Dat was hem goed bevallen. Maar dan ben je natuurlijk nog geen wielrenner. Hij zat in die tijd op voetbal. “Van nature ben ik geen teamsporter”, zegt Martijn. Dus die sport heeft hij vrij rap vaarwel gezegd. Het wielrennen leek hem wel wat en hij werd lid van DTS. “Het eerste seizoen is natuurlijk heel moeilijk. Je hebt geen ervaring. Sommige clubgenoten zijn op wat jongere leeftijd gaan wielrennen, dus die waren wat verder.” Hij kreeg wel rap volop gelegenheid om veel ervaring op te doen. In zijn tweede jaar als DTS-er reed hij al zo’n 15 koersen en verdienstelijk ook. Zes keer reed hij een klassering bij de eerste tien en dat mag toch wel erg goed genoemd worden voor een startende wielrenner. Een ontwikkeling die hij in 2010 en 2011 ook door kon zetten. Alleen in dit jaar was de valpartij dus even een irritante kink in de kabel. “Die wedstrijden vind ik gewoon het mooiste, eigenlijk het gaafste wat er is.”

Gevraagd naar zijn specialiteit is het meteen duidelijk dat Martijn liever niet betrokken wordt in een massasprint naar de finish. “Het beste scenario is wel dat de meute achter me blijft.” Hij kient het goed uit allemaal. “Aan het begin van de wedstrijd heeft het niet veel zin om weg te rijden. De koers is lang. Je moet wel proberen dominant te zijn in de wedstrijd, maar ook je kans afwachten en proberen bij een demarrage mee te gaan.” Dus komt het wat Martijn betreft aan op rekenen, loeren, afwegen en dan op het slimste moment gaan.

Mooiste koers
De mooiste koers die Martijn tot nu toe reed was de Klimomloop Munstergeleen in Limburg. Ligt daar een ambitie om zo af en toe eens een bergje te bedwingen? “Dat klimmen vind ik wel mooi. Vooral in Limburg, waar je op kracht over die heuvels moet, dat vind ik het mooiste.” Martijn ziet zich wel in berggebied koersen. “Ik voel me daar wel meer thuis. Maar je moet er wel komen natuurlijk. Ik zal er flink voor moeten trainen en voor de rest geen rare dingen doen.” Met ‘rare dingen’ bedoelt hij niet al te veel drinken en zo. Martijn zegt het niet zo maar. Hij is serieus met zijn sport bezig. “Ik zit zo’n zes keer per week op de fiets. Voor een koers de benen op scherp zetten. De dag na een koers weer uitfietsen.”

Acht van Chaam
”Dit jaar is wel een beetje lastig allemaal. Ik ben heel vaak gevallen dit jaar en liep bij één val een zware blessure aan beide knieën op. Je moet dan ook wel realistisch zijn dat je niet top rijdt.” Ondanks die tegenvallers wil hij toch wel proberen zo goed mogelijk te presteren binnen de mogelijkheden die hij heeft. Jammer wel van die blessures. Maar ondanks dat heeft hij bijvoorbeeld wel kunnen rijden in de Acht van Chaam, de profronde na de Tour de France. “Dat is een mooie ronde. Het is gaaf om dezelfde wedstrijd te rijden.” Ook behoorlijk leerzaam om te zien hoe professionals een bocht aansnijden. “Van zulke mensen kan je natuurlijk heel veel leren.”

Ronde van Oostzaan
Voordeel is dat Martijn het parcours in de Doktersbuurt kent. “Ja, dat ken ik heel goed. Dus ik moet wel kunnen knallen! Het is wel een zware wedstrijd omdat je voluit op de rechte stukken gaat, terwijl je in de bochten bijna stilvalt. De eerste kan hard door die bocht heen, maar als je een beetje van achteren zit is dat een nadeel. Je moet wel goed kijken waar je er vandoor wil gaan. De tegenstander zal je niet laten rijden.” Wil je kans maken dan moet je in elk geval goed van voren zitten. “Dan kan je de snelheid makkelijker vasthouden.”
Martijn hoopt bij de eerste tien te rijden. “Dat is een beetje zoals het dit seizoen gaat, ook terugkomend van de blessure, lijkt de top tien haalbaar.” Misschien zit er een verrassing in want hij rijdt natuurlijk voor eigen volk. “Ja wel, er staan natuurlijk heel veel mensen langs de kant die ik ken. Dat geeft wel een extra kik. Ik heb vorig jaar hier ook gereden. Het is wel een andere druk waar je mee te maken krijgt. Je wil natuurlijk elke wedstrijd goed rijden, maar bij de Ronde van Oostzaan wil je wel iets extra’s doen.”

Ambitie
Elke wielrenner wil natuurlijk prof worden. Martijn heeft ook duidelijk die ambitie. “Ik wil proberen in een opleidingsploeg te komen.” Dan bij de Rabobank? “Nou, … Rabobank? Vacansoleil of zo.” Niet bij de Rabobank? “Nou ik vind dat Vacansoleil wel meer indruk maakt”, zegt Martijn heel beslist. Maar uiteindelijk gaat het om het doel.

Oostenrijk
Na de Ronde van Oostzaan rijdt Martijn eerst nog een klassieker in Oostenrijk. Die klassieker viel mooi samen met de vakantie van Martijn. “We gaan altijd daar op vakantie en toevallig was daar in de buurt die wedstrijd. Ik heb eerst toestemming gevraagd bij de KNWU om in het buitenland te mogen rijden. Dat mocht.” Het is een prachtige klassieker. “Het is behoorlijk heuvel op, heuvel af. Er zitten ook twee hele zware klimmetjes in. De rest is vals plat.”

Archieffoto’s Beeld van een Dorp



Comments are closed.

Laatste Nieuws
Agenda
Nieuwscategorieën
Archief